Beyond the MAP: open vragen uit het publiek
Antwoorden van de keynotespreker en het panel | Sint-Niklaas, 10 september 2026
Tijdens Beyond the MAP kwamen via de Q&A-tool een aantal vragen uit het publiek binnen waar we op het podium niet meer aan toe kwamen. Zoals beloofd beantwoorden de keynotespreker en de panelleden ze hieronder.
Vraag 1
Hoe kunnen we de datakwaliteit verbeteren? Kan AI daar ook bij helpen?
Antwoord van Aloïs Brunel, IQGeo
Ja. AI kan de datakwaliteit op twee manieren verbeteren, die elkaar aanvullen.
Ten eerste helpt visuele AI om de huidige toestand van de infrastructuur te digitaliseren en vast te leggen welk werk er effectief is uitgevoerd, en hoe. Ze kan veldfoto’s, dronebeelden of satellietbeelden analyseren om assets te herkennen, hun toestand vast te leggen en bewijs van uitgevoerd werk te halen. Dat levert betere documentatie op en verkleint de kloof tussen de realiteit op het terrein en het referentiesysteem.
Ten tweede kan agentic AI de data die al in die systemen zit continu auditen. Ze kan dubbele assets, ontbrekende attributen, gebroken topologie of conflicten tussen GIS-, inventaris- en werkbeheersystemen opsporen. Ze kan elk geval onderzoeken, het bewijs voorleggen en een correctie voorstellen.
Met betrouwbaarheidsscores, traceerbaarheid en menselijke goedkeuring waar nodig vormen beide benaderingen samen een continue lus: visuele AI legt de werkelijkheid op het terrein vast, en agentic AI houdt het digitale register daarmee in lijn.
Vraag 2
Claude wiste zijn eerste volledige bedrijfsdatabase als snelste manier om een probleem op te lossen. Hoe kijkt u naar de risico’s van individueel gebruik op grote schaal?
Antwoord van Sebastiaan Bosmans, WKF Engineering
Of dat specifieke verhaal nu precies zo gebeurd is of niet, het scenario is realistisch. Het risico zit zelden in het model zelf, maar in de toegang die we het geven. Een AI-agent met schrijfrechten op een productiedatabase kiest vroeg of laat een kortere weg die een mens nooit zou nemen.
Individueel gebruik op grote schaal vergroot dat risico: veel collega’s die elk hun eigen tools aan bedrijfsdata koppelen, met hun eigen instellingen, zonder dat iemand het volledige overzicht heeft. Daarom geven we agents alleen de rechten die ze echt nodig hebben, laten we ze werken op kopieën of in een testomgeving in plaats van op live systemen, vragen we menselijke goedkeuring voor alles wat destructief of onomkeerbaar is, en zorgen we voor back-ups en logging.
Minstens even belangrijk is een duidelijk bedrijfsbeleid over welke tools aan welke data mogen, en opleiding zodat mensen begrijpen wat ze uit handen geven. AI kan veel tijd besparen, maar de verantwoordelijkheid blijft bij mensen.
Vraag 3
Zijn er interessante projecten, oplossingen of indrukwekkende systemen die u gezien hebt voor “NLGIS”? Dingen die met klassieke GIS niet mogelijk zouden zijn?
Antwoord van Nico Van de Weghe, Universiteit Gent
Voorbeelden die de moeite waard zijn, zijn QGIS-tools van derden zoals GIS Copilot en Esri’s Data Explorer (bèta), waarmee je kaartdata in gewone taal kunt verkennen. De meeste voorbeelden die ik zelf gezien heb, waren demonstraties, dus ik blijf voorzichtig over hoe volwassen ze zijn. De grootste winst is dat GIS toegankelijker wordt en dat bewerkingen tot workflows gecombineerd worden. Fundamenteel nieuwe ruimtelijke analyses die klassieke GIS niet kan uitvoeren, zou ik nog niet claimen.
Vraag 4
Veel bedrijven willen AI inzetten om efficiënter te werken. Maar waar begin je best? En kun je AI gebruiken om te ontdekken en te prioriteren?
Antwoord van Maarten Verschuere, keynotespreker
Begin met het bepalen van een Quick Win voor je organisatie: een project dat eenvoudig (goedkoop) uit te voeren is en op korte termijn waarde oplevert.
Op pagina 71 van het boek “AI Will Replace You”, waarvan je op het event een exemplaar kreeg, staat uitgelegd hoe je je eerste use case bepaalt. Dat gebeurt in 5 stappen, van het definiëren van je DNA tot het kiezen van je winnaars en de volgende stappen. Je kunt een gestructureerd gesprek voeren met ChatGPT, Copilot of Claude (of de AI die je verkiest) en de AI vragen om je door deze stappen te loodsen of mee te brainstormen.
Vraag 5
Verwachten we van AI dat ze onze processen uitdaagt en “perfectie” brengt? Hoe beoordelen we de kwaliteit van de output wanneer de input de bron van vertrouwen is?
Antwoord van Nico Van de Weghe, Universiteit Gent
AI kan helpen om aannames in vraag te stellen en inconsistente input te signaleren, maar ik zou kwaliteit eerder definiëren in functie van de beslissing dan van “perfectie”. Goede data garanderen niet dat de vraag begrepen werd of dat de analyse klopt. Vanuit GIS-perspectief zou ik resultaten toetsen aan onafhankelijke waarnemingen, gevestigde methoden en expliciete ruimtelijke regels, met aandacht voor connectiviteit, schaal en tijd. Onzekerheid moet zichtbaar blijven, en mensen blijven verantwoordelijk voor het resultaat.
Maak kennis met Nico Van de Weghe: AI-Community@UGent
Ik ben een van de senior experts die mee AI-Community@UGent uitbouwen, een community om kennis en ervaring rond AI uit te wisselen. Ze staat open voor mensen binnen en buiten UGent. Wil je op de hoogte blijven van GenAI-technieken en bijna dagelijks praktijkvoorbeelden en best practices ontvangen? Stuur me dan een e-mail om aan te sluiten. Laat het gerust weten aan anderen die interesse kunnen hebben.
Persoonlijke reflectie van Nico Van de Weghe
Beyond the map: naar samenwerking met intelligente geospatiale systemen
Nico Van de Weghe | Universiteit Gent
Contact: Nico.VandeWeghe@UGent.be
Lees de volledige reflectie
“Vorige week heeft het in mijn buurt hevig geregend. Als het volgende week opnieuw zo hard regent, waar kan er dan wateroverlast ontstaan?” Dat is het soort vraag dat ik mijn schoonmoeder aan een toekomstig geografisch informatiesysteem wil kunnen laten stellen. Het vat ook veel samen van wat ik wilde meebrengen naar het Beyond the MAP-panel in Sint-Niklaas op 10 september. Zij zou haar probleem moeten kunnen uitleggen zonder te weten welke datasets, hydrologische modellen of GIS-bewerkingen daarvoor nodig zijn. Toch vraagt het antwoord heel wat geografische kennis: wat telt als haar buurt, over welke regenbui het gaat, hoe reliëf en afwatering de uitkomst beïnvloeden, en hoe onzeker de voorspelling is. GIS makkelijk in gebruik maken, maakt GIScience nog niet makkelijk.
De aantrekkingskracht van GIS in natuurlijke taal is dat die complexiteit toegankelijk kan worden via een gewoon gesprek. De gebruiker beschrijft het probleem, en het systeem helpt uitzoeken hoe je het onderzoekt. Het antwoord kan nog altijd een kaart zijn: taal is uitstekend om de vraag te stellen, een kaart is vaak nog altijd uitstekend om het antwoord te begrijpen. Wat verandert, is hoe we daar komen. Kaarten zijn geëvolueerd van papier naar digitale, interactieve en dynamische voorstellingen, maar karteren blijft het proces van aspecten van de werkelijkheid selecteren en omzetten in iets bruikbaars. Ik zie als volgende stap dat mensen en intelligente systemen in dat proces nauwer samenwerken. Voorbij de kaart betekent niet voorbij de geografie.
Om die samenwerking te laten werken, moet geografische kennis de onderliggende intelligentie mee vormgeven. Mijn achtergrond in bewegende objecten en ruimtelijk redeneren, samen met mijn ervaring met kennisgebaseerde, datagedreven en generatieve benaderingen, maakt me bijzonder benieuwd naar hoe die elkaar kunnen aanvullen. Expliciete kennis kan randvoorwaarden uitdrukken, lerende methoden kunnen patronen blootleggen, en generatieve modellen kunnen helpen vragen te interpreteren en tools te verbinden. Daarom denk ik in twee richtingen: AI for Geo, maar ook Geo for AI. Geografie kan bijdragen aan AI zelf, want overtuigend praten over de wereld betekent nog niet dat je correct redeneert over haar ruimtelijke relaties. Onderzoek naar world models bekijkt hoe systemen uit waarnemingen en interacties kunnen leren om te voorspellen hoe fysieke situaties evolueren. Dat blijft een onderzoeksuitdaging, maar sensing, topologie, beweging en verandering in de tijd zijn problemen die onze gemeenschap al decennia bestudeert.
Die geografische competentie wordt extra belangrijk nu we van generatie naar delegatie gaan. Ik schrijf soms “aGENtic AI”, met GEN in het woord, omdat content genereren nuttig blijft terwijl de reikwijdte van het systeem groeit. Met toegang tot tools en procedures kunnen agents steeds meer werk uitvoeren. In een netwerkcontext zou een agent een veldrapport kunnen vergelijken met een digital twin, een afwijking onderzoeken en een update klaarzetten ter controle. Dat is een richting om te verkennen, waarbij de mate van autonomie afhangt van wat betrouwbaar werkt en wat er op het spel staat. Een verkennende analyse voorbereiden en een operationele instructie geven, dragen een andere verantwoordelijkheid. Mensen moeten dus doelen bepalen, bewijs controleren en beslissen wanneer ze ingrijpen; domeinexpertise wordt centraal in het superviseren van het werk.
Delegatie vraagt ons daarom om na te denken over de hele werkomgeving. Een GIS is niet alleen software, en een AI-systeem is niet alleen een model. Bij beide horen hardware, data, mensen en organisatorische afspraken die bepalen of een mogelijkheid in de praktijk bruikbaar wordt. Herbruikbare skills zijn hier interessant omdat ze expertise kunnen vertalen in procedures: welke bronnen je raadpleegt, welke controles je uitvoert en hoe je een resultaat rapporteert. Wanneer experts tekortkomingen vaststellen, kan hun feedback volgende versies verbeteren. Organisatorisch leren kan zich zo in een skill opstapelen, op voorwaarde dat we die bewust onderhouden en valideren. Zo kan kennis die in individuele interacties ontstaat, beschikbaar worden voor collega’s en toekomstige workflows.
Die controles zijn belangrijk, want vlotte antwoorden en het succesvol uitvoeren van tools tonen op zich niet aan dat een analyse klopt. Garbage in, garbage out blijft relevant, maar goede input alleen is evenmin een garantie: een systeem kan de vraag verkeerd begrijpen of een ongeschikte methode toepassen op betrouwbare data. Kwaliteit moet dus beoordeeld worden in functie van de beslissing, met onafhankelijke waarnemingen, gevestigde methoden en expliciete ruimtelijke randvoorwaarden, en met zichtbare onzekerheid. Voor kritieke infrastructuur zou ik het eenvoudig zeggen: laat het model het netwerk niet verzinnen, laat het het betrouwbare netwerk bevragen. Werk delegeren zou de verantwoordelijkheid duidelijker moeten maken, ook over wie beslist of het resultaat bruikbaar is.
Zodra we naar het hele systeem kijken, volgen er strategische vragen. Wie beheert de interface waarmee mensen vragen stellen, wie levert betrouwbare data, en wie coördineert de workflow? Die rollen kunnen verdeeld zijn over gevestigde GIS-leveranciers, gespecialiseerde GeoAI-organisaties en algemene AI-platformen. Ik zou geen winnaar voorspellen, maar die afhankelijkheden verdienen aandacht wanneer een organisatie beslist welke expertise en infrastructuur ze wil uitbouwen. Ze doen me ook het woord “transitie” in vraag stellen. Een transitie naar wat? Als voortdurende verandering de normale toestand wordt, hebben organisaties een blijvend vermogen nodig om zich aan te passen. Dat betekent brede AI-geletterdheid, naast mensen die de ontwikkelingen actief opvolgen, hun relevantie testen en ze naar de praktijk vertalen.
Voor mij brengt dit de discussie terug naar de vraag die ik mijn schoonmoeder zou willen laten stellen. Productieve samenwerking hangt af van het combineren van menselijke doelen, ervaring en oordeelsvermogen met systemen die helpen informatie te vinden, alternatieven te verkennen en werk uit te voeren. Mijn advies: word heel goed in je domein, en heel goed in het gebruik van AI binnen dat domein. Leren hoe je die competenties samenbrengt, is ook wat mijn betrokkenheid drijft als een van de senior experts die mee AI-Community@UGent uitbouwen. We delen ontwikkelingen in GenAI-technieken en bijna dagelijks praktijkvoorbeelden en best practices. Mensen binnen en buiten UGent zijn welkom om te volgen of bij te dragen. Interesse? Stuur me een e-mail en ik geef je toegang.